Toen was roken nog heel gewoon

Columbus kwam in 1492 voor het eerst met tabak in aanraking. Hij zag hoe indianen dit kruid in stenen pijpen rookten. Het zou nog 100 jaar duren voor hier in Europa de eerste pijpen gerookt zouden gaan worden. Aanvankelijk was er veel weerstand van stadsbesturen en geestelijken tegen dit verfoeilijk gebruik! Zonder resultaat, want het gebruik van “tabak zuigen” nam een grote vlucht. Overal ontstonden pijpmakerijen. De verdiensten in de tabakshandel waren enorm. Een nieuwe verslaving was geboren. In het begin waren de modellen van de pijp nogal eenvormig. Witte klei geperst in een metalen vorm. Ergens in de 18e eeuw werden de vormen steeds uitbundiger, ook de materialen werden divers. Porselein, hout, metaal en meerschuim deden hun intrede. In deze tentoonstelling is te zien hoe men met deze materialen soms prachtige kunstwerkjes heeft gemaakt. Niet alleen pijpen zijn het onderwerp van deze tentoonstelling. Allerlei nevenproducten zullen te zien te zijn. Tabakspotten- en dozen, kwispedoors, pijpenrekjes, staanders, vuurtestjes en een tondeldoos. Ook pijpmakersafval en misbaksels uit de 18e eeuw kan men bekijken, evenals een pijpenpot waarin de “rauwe” pijpen in een oven werden gezet, om te worden gebakken. Ook maken we een kleine zijsprong naar de sigaar en sigaret. Alles is nu nostalgie, want na zo’n 470 jaar is tabak weer in de ban gedaan en kunnen we alleen nog terug kijken op al deze producten waar ooit heel veel mensen hun brood mee verdienden.